menu
28 mei 2018

Kim in de Nesseloop

Zaterdag 26 mei 2018.

Voor de zekerheid heb ik m’n wekker gezet, maar voordat ‘ie afgaat, ben ik al op. Zou het toch de spanning zijn? Ik denk aan al die mensen die hun wekker nog een paar uurtjes eerder hebben moeten zetten en nu al druk bezig zijn met alle voorbereidingen voor de grote dag. Toch fijn dat ze dat voor ons over hebben! Na m’n eigen ochtendritueel maak ik de meiden wakker. “Opstaan! Vandaag gaan we een stukje hollen!” Ze draaien zich nog een keer om … “Je weet wel, voor een medaille en een ijsje!” Dat brengt de boel in beweging.

Om 9.15 uur vertrekken we richting Nesselande met een kofferbak vol versnaperingen, zwempakken, strandscheppen, handdoeken en de parasol. We gingen toch hardlopen?!

Nadat we de startnummers hebben opgespeld, lopen we naar het Maltaplein. We zien bekenden van school en van de taekwondo-club; de Nesseloop is beroemd! Het ene kind doet uitbundig mee met de warming up op muziek, het andere is te verlegen om mee te hupsen. Of zou zij gewoon haar energie sparen?

Op naar het startvak. Best gek om je dochter daar voor de eerste keer helemaal vooraan te zien staan, wachtend op het startschot. Vooraan? Achteraan! Ze rennen de andere kant op! Snel even omlopen om ze aan te kunnen moedigen. 10-9-8-… Pang! Wat gaat het hard! Lisa rent voor wat ze waard is, in opperste concentratie. Na 250 meter, draaien ze om en sprinten ze weer terug. Oei, ze kijkt boos, wat zou er aan de hand zijn? Anderen genieten van de aanmoedigingen en delen heerlijke high-fives uit. Onder luid applaus bereikt iedereen de finish.

“Lisa, wat keek je boos!”“Ja, ík wou vooraan lopen! Dan kreeg ik ook een trofee!”

Na de jongste jongens, zijn de oudere kinderen aan de beurt. Hé, de pionnen zijn weg en ik zie ze ook niet een eind verderop staan. Wat zou hun parcours zijn? Gelukkig fietst er iemand voorop. Na het startschot zie ik dat Jasmin veel te hard vertrekt en probeert kinderen in te halen. Dan raken ze buiten beeld en is het afwachten. Rent ze nog, of is ze aan het wandelen? De eerste lopers zijn razendsnel alweer terug. Waar blijft ze? In de verte zie ik een vrijwilliger die nog net niet van de fiets valt, zo langzaam gaat het. Ja hoor, daar loopt ze. Ik loop ze maar tegemoet, omdat ik het op dat moment zielig vind als ze alleen, wandelend, als laatste zou moeten finishen. “Zal ik meehollen?”, vraag ik. En samen hollen we het laatste stukje, aangemoedigd door iedereen langs de kant en de vrolijke speaker.

Zo. De eerste medailles zijn binnen. Nu mamma nog.

Eind januari, tijdens het overleg met de Basisgroep, zegt Kees dat we in mei best in staat zijn om 10 km te lopen. Voor de zekerheid schrijf ik me in voor de 7 km, het schijnt dat je op de dag van de wedstrijd nog kunt veranderen. Het lopen gaat tijdens de trainingen best goed en in de loop der maanden, ga ik er zelf ook in geloven; die 10 km moet lukken. En tegen iedereen die er naar vraagt, vertel ik dat ik eind mei ‘de 10’ ga lopen.

Dan is het ineens 26 mei en is er een weersverwachting van rond de 28°C …

De speaker roept het ook nog eens om: “Ga niet voor een PR en kies gerust een kortere afstand in verband met de warmte.”Ja daag, ik loop gewoon de 10. Nog een keer de speaker: “Als je een rode stip op je startnummer hebt en je staat nu in het startvak, sta je verkeerd.” Mensen kijken naar de stippen, ik houd m’n hand op de mijne. Ik kan een uur aaneengesloten rennen, 10 km moet lukken! Dan klinkt de heartbeat, het startschot en daar gaan we. Ik word van alle kanten ingehaald. Jee, heb ik mezelf dan toch verkeerd ingeschat? Nee joh, dat is altijd na de start, loop gewoon je eigen tempo. En na een paar minuten wordt het wat rustiger om me heen en als ik omkijk, ben ik niet eens de laatste. Warm? Nou, ik loop eigenlijk best lekker en volgens mij kan ik dit tempo best een tijd volhouden.

Ik loop alleen met een stopwatch en de eerste kilometeraanduiding zie ik pas op 3 km. 19 minuten en een beetje. Dat is onder de 21. Dat gaat goed, dan zit ik onder de 1.10 uur. En ik heb nog steeds het gevoel dat ik dit tempo best lang kan volhouden. We passeren het eerste bandje. Eigenlijk vind ik het een beetje ondankbaar om ze zo snel mogelijk voorbij te lopen, maar ja, ze zullen vast wel weten dat dat de bedoeling is …

Ik haal wat mensen in en kom naast iemand te lopen die hetzelfde tempo lijkt te lopen als ik. Maar elke keer als we iemand dreigen in te halen, vertraagt ze en blijft ze er achter hangen. Dat vind ik niet prettig. M’n rij-instructeur zou zeggen (20 jaar geleden): niet zo tuttig rijden, je houdt je aan de snelheid, ga er maar langs! Dus af en toe maak ik een paardensprong en spring ik er tussendoor. Een goed teken, denk ik, dat ik deze versnellinkjes zonder problemen kan hebben.

Dan komen we bij de sponspost. Dat is lekker zeg! Ook een beetje een marathon-idee. Als kind stond ik bij het Zuiderpark de sponsen op te rapen om ze mee naar huis te nemen. Zou ik deze bewaren voor m’n eigen meiden? Moet ik hem wel de hele tijd vasthouden … Oh ja, en bij de laatste marathon stond ik naast Kees, met z’n wine-gums. Die zouden ze vandaag toch ook hebben? Moet er niet aan denken, zo’n zoet, plakkerig ding tussen m’n kiezen … Maar ja, een 10 km is ook lang geen marathon. Misschien zijn wine-gums pas goed voor je als je meer dan 10 km loopt, want ik kom ze onderweg niet tegen, ze zijn vast alleen voor de 14 km-lopers … Ik zou zelf liever wat zoutigs hebben dan wat zoetigs …

Drankposten, DJ’s, bands, verkeersregelaars, ik loop ze allemaal voorbij tot ik het bordje zie staan waar ik links of rechts kan. Zonder aarzeling sla ik linksaf. Het gaat nog steeds goed. Het lijkt er wel net een tikkie warmer, zo in de volle zon. En daar op die boulevard, zag het er wel gezellig uit. Dus eigenlijk wil ik daar nu ook wel naar toe. Wanneer begin je met versnellen? Hoe groot moet je die versnelling dan doen om hem tot de finish vol te kunnen houden? Ik spreek met mezelf af dat ik vanaf 8 km wat harder mag. Eerst nog een drankpost en een tuinslang-douche van een wijkbewoner. En dan, na de laatste bocht, schroef ik m’n tempo nog wat op. Leuke uitdaging om dat vol te houden. Een stuk voor de finish staat m’n dochter. Die wil nu met mij mee lopen. Maar ja, ik wil net een eindsprint inzetten …”Ik ga even hard en ik kan even niet met je praten!” Arm kind, ik loop haar eigenlijk voorbij …

Wow! 1.03.40 staat er op m’n stopwatch! En oh, lekker, geen wine-gums maar chips bij de finish! Ze hebben werkelijk met ieders voorkeur rekening gehouden!

Kom je mam? We zitten daar, op het strand. Strand? Ik moet er niet aan denken. Schaduw, daar heb ik behoefte aan!

Na een half uurtje ben ik bijgekomen en loop wat rond op zoek naar bekenden. Ik hoor dat de vrijwilligers nog een debriefing krijgen en dat ze pas daarna hun korte broek aan mogen doen. Bedankt allemaal. De grote groep die op deze zaterdag de handen uit de mouwen heeft gestoken. En de iets minder grote groep die al maanden bezig is geweest met de voorbereidingen voor dit feest. Top!